Bloemen | Wat met plantage-arbeid en Fairtrade?
De bloementeelt en plantage-arbeid
In Kenia vinden we enkele van de grootste bloemenkwekerijen ter wereld. Sommigen tellen meer dan 10.000 arbeiders, die vaak ook wonen op het bedrijf. Ongeveer 65% van de arbeidskrachten zijn seizoenarbeiders. Ze beschikken over een contract van korte duur of een tijdelijk contract – zelfs wanneer ze al verscheidene jaren op dezelfde plantage werken. Ze hebben dus geen werkzekerheid, geen recht op pensioen, geen zwangerschapsverlof, geen ziekteverzekering, enzovoort. Als vrouwen zwanger worden, lopen ze kans om weggestuurd te worden.
Daarnaast hebben seizoensarbeiders niet het recht om lid te worden van een vakbond, vandaar ook het lage aantal georganiseerde werknemers. In 2005 telde de Keniaanse vakbond van tuin- en landbouwarbeiders ('Kenya Plantation and Agricultural Workers' Union' - KPAWU) slechts 200.000 leden uit de hele nationale tuinbouwsector.
Antwoord Fairtrade
De Fairtrade minimumcriteria voor arbeiders zijn de volgende:
- Non-discriminatie (onder andere geen ontslag door zwangerschap)
- Vakbondsvrijheid en vrijheid van vereniging
- Het recht om collectieve overeenkomsten af te sluiten
- Minimumlonen conform de nationale wettelijke voorschriften
- Secundaire arbeidsvoorwaarden zoals pensioen, vakantie, arbeidsuren en overuren
- Bescherming van de gezondheid met medische onderzoeken, beschermende kledij en regels over het betreden van plantages na het toedienen van chemicaliën
- Geschreven arbeidscontracten
- Systeem voor sociale zekerheid
Het voorbeeld van Oserian in Kenya
Op de plantage werken ongeveer 5.000 arbeiders, een groot deel van hen woont met hun gezin op het bedrijf zelf. Een van de grote problemen van de werknemers is het statuut waarin zij werken: vast of tijdelijk. Bij Oserian zijn er maar ongeveer 380 tijdelijke werknemers. Elke arbeider die gedurende 8 maand in het bedrijf heeft gewerkt, krijgt een vast contract en geniet dan van alle diensten die dat statuut hem biedt.
Het wettelijk minimumloon in Kenia bedraagt 3.000 Keniaanse shilling (of 27 euro per maand). In bedrijven met een CBA ('Collective Bargaining Agreement', een akkoord dat mede is ondertekend door de vakbonden) ligt het minimumloon op 3.347 Keniaanse shilling (30 euro). Oserian betaalt een minimumloon van 8.784 Keniaanse shilling (79 euro), dat wil zeggen meer dan het dubbele van het wettelijke minimumloon in het land.
Voor gezinnen die niet op het bedrijf wonen is er een ‘housing allowance’ (een maandelijkse huurtoelage) van 3.217 shilling. Dat is ongeveer evenveel als de kosten voor een rudimentaire woning. Gezinnen die op het bedrijf wonen (ongeveer 70% van de arbeiders) krijgen gratis huisvesting. De kosten van deze investering worden geschat op meer dan 3.000 Keniaanse shilling per maand (inclusief watervoorziening en andere diensten).
Er is op het bedrijf ook een vrij goed uitgebouwd gezondheidscentrum, met een dertigtal medewerkers, zowel artsen als verpleegkundigen en laboranten. Het centrum levert gratis diensten voor alle arbeiders en hun families.
Er zijn drie lagere scholen en 1 secundaire school die gratis onderwijs verstrekken. De meeste leerkrachten worden betaald door Oserian. Sinds kort zijn er ook drie kinderkribbes.
De vakbond KPAWU ('Kenyan Plantation and Agricultural Workers' Union') is er in 2005 in geslaagd meer dan 50% van de arbeiders te laten aansluiten bij de bond. Daardoor geniet de vakbond een speciaal statuut en heeft het onder andere de mogelijkheid om collectieve arbeidsovereenkomsten af te sluiten als vertegenwoordiger van de arbeiders.






